Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Startpagina Rob van Veen Prikbord Prikbord 01 Prikbord 02 Prikbord 03 Prikbord 04 Prikbord 05 Prikbord 06 Boek belicht okt 11 Lezersforum Index Index A - F 01 Index A - F 02 Index G - K Index G - K 01 Index L - Q Index R - Z Index R - Z 01 Fictie Fictie 01 Fictie 02 Fictie 03 Fictie 04 Fictie 05 Fictie 06 Fictie 07 Fictie 08 Fictie 09 Fictie 10 Fictie 11 Fictie 12 Fictie 13 Fictie 14 Fictie 15 Fictie 16 Fictie 17 Fictie 18 Fictie 19 Fictie 20 Fictie 21 Fictie 22 Fictie 23 Fictie 24 Fictie 25 Fictie 26 Fictie 27 Fictie 28 Fictie 29 Fictie 30 Fictie 31 

Fictie 21

Bali Rai – Diepvriesengelen(Sjaloom, 2010)Jit, de hoofdpersoon in Diepvriesengelen, is ten einde raad. Zijn geliefde Sophie is tijdens een muziekfestival verdwenen. De politie start een onderzoek, maar acht maanden later is de jonge vrouw nog altijd spoorloos. Jit besluit het heft in eigen handen te nemen. Gesponsord door Stephen Davis, de vader van Sophie, start hij een zoektocht. Hij wordt daarbij geholpen door Jenna, een vriendin. Samen reizen ze heel Engeland door, op zoek naar getuigen en mogelijke verdachten. Ze ontdekken dat er nog twee meisjes zijn verdwenen. Wat opvalt, is dat zij qua uiterlijk veel gelijkenis vertonen met Sophie. Bestaat er een verband tussen de vermissing van de drie vrouwen? Is er soms een seriemoordenaar actief? Geleidelijk ontstaan er steeds meer aanwijzingen dat Sophie het slachtoffer is geworden van de dubieuze praktijken van een racistische sekte, geleid door een zekere Shining Moon. De sekteleden bezitten een boerderij in het noordoosten van Schotland. Zij waren aanwezig op het muziekfestival. Daar hield zich nog een mogelijke verdachte op: een oudere man in vrouwenkleding, ook wel de Engelverzamelaar of dragqueen genoemd. Jit vertrekt samen met Mickey, een deserterend oud-lid van genoemde sekte, naar de boerderij in de hoop hier een spoor terug te vinden van Sophie. Daar aangekomen worden ze overmeesterd door Shining Moon en zijn volgelingen en de jongens moeten vrezen voor hun leven. Het lukt hen echter te ontkomen. Ze gijzelen de sekteleider en dwingen hem met bruut geweld tot een bekentenis. De ontdekking die ze vervolgens doen, is buitengewoon onverwacht en in ieder geval weerzinwekkend. ‘Absoluut niet geschikt voor tere zieltjes’, luidt het opschrift op de voorzijde van het omslag van deze bloedstollende thriller. Dat lijkt niets teveel gezegd! Het verhaal is spannend van de eerste tot en met de laatste bladzijde, goed geschreven en met een zeer verrassende plot. Het boek bevat vrij veel geweld, maar het is dan ook bedoeld voor de wat oudere lezers. Heel geschikt voor de liefhebbers van spannende verhalen en detectives, ik zou zeggen voor jongeren in de bovenbouw van vijftien jaar en ouder.

Fictie

Wim Daniëls - De bushaltejongen (Van Holkema & Warendorf, 1994)De hoofdpersoon is de vijftienjarige Bele van Zuiden. Op zekere dag ontmoet zij bij een bushalte een Afrikaanse jongen (vandaar de titel ) tot wie ze zich onmiddellijk voelt aangetrokken. De jongen maakt een buitengewoon trieste indruk. Ze komt aan de weet dat hij terugkeert naar zijn geboorteland Bemaki, omdat zijn vader is vermoord. Bele slaagt er de volgende dagen niet in hem uit haar hoofd te zetten. Tot verbazing van haar moeder stelt ze zelfs alles in het werk om de jongen weer op het spoor te komen.Van een vrouw uit Bemaki verneemt Bele meer bijzonderheden over de politieke situatie in dat land. Er woedt al enige tijd een burgeroorlog, waarbij de Gugu's de Tjulsa's, waartoe de bushaltejongen waarschijnlijk behoort, naar het leven staan.Op een dag staat de jongen weer op de stoep (Bele had hem bij hun eerste ontmoeting haar adres gegeven). De jongen, Atche, vertelt wat hij allemaal heeft meegemaakt. Zijn volk werd inderdaad genadeloos vervolgd door de Gugu's en daarom besloot hij te vluchten naar Nederland. Toen hij vernam dat zijn vader waarschijnlijk was vermoord, reisde hij terug naar Bemaki. Daar vond hij zijn moeder, oma en zusjes. Van zijn vader en ook zijn broers ontbrak echter elk spoor.Aangezien Atche illegaal in Nederland is, helpt Bele hem bij het aanvragen van politiek asiel. Hij wordt geplaatst in een opvangcentrum en raakt bevriend met een jongen uit Rwanda, Kilé, die ook is gevlucht. Zijn hele familie werd op beestachtige wijze vermoord door vijandige milities. Bele zoekt Atche en Kilé enkele keren op.Behalve de geschiedenis over de jongen uit Bemaki bevat het boek nog een andere verhaallijn die in eerste instantie geheel los lijkt te staan van de gebeurtenissen rond Atche.We vernemen hoe Bele met haar grootvader aan de praat raakt over haar overleden joodse oma. Oma heeft een moeilijk leven gehad. Ze was altijd één brok zenuwen en praatte nauwelijks over vroeger. Met haar dochter, Bele's moeder, kon ze het niet goed vinden. Opa vermoedt dat de oorzaak van alles gezocht moet worden in de oorlog. In de Tweede Wereldoorlog had oma gevangen gezeten in het concentratiekamp Vught. Was zij misschien een van de 74 vrouwelijke gevangenen die op een dag in januari 1944 door de Duitsers in een bunker werden gestopt? Tien vrouwen overleden in die benauwde ruimte.Op bevrijdingsdag brengen Bele en haar grootvader een bezoek aan het voormalige concentratiekamp. Daar bekijken ze de ruimte waar in '44 het drama plaatsvond.Wanneer opa op last van de gemeente moet verhuizen, helpen Bele en haar moeder hem met het inpakken van zijn spullen. Op de zolder vindt Bele een schriftje met aantekeningen van oma. Het zijn notities over de oorlog. Bele neemt het schriftje stiekem mee naar huis, maar krijgt gewetenswroeging en geeft het toch aan opa. Later vertelt grootvader over oma's notities. Het blijkt dat zij niet betrokken was bij het bunkerdrama, maar dat zij wel een andere afschuwelijke oorlogsherinnering met zich meedroeg. In de oorlog is ze bruut verkracht door een NSB'er en ze heeft daar nooit met iemand over durven spreken. Pas vijftien jaar later schreef ze het op!Nu blijkt het verband tussen beide verhaallijnen: de schrijver trekt in het verhaal over de bushaltejongen parallellen met de holocaust in de Tweede Wereldoorlog. Zoals de joden massaal werden vervolgd en vermoord, zo worden nu nog steeds mensen onderdrukt en uitgemoord in Afrika.Als tegenhanger van Bele schetst Daniëls haar klasgenoot Guus Slietners, die er tamelijk racistische opvattingen op na houdt: 'Die lui kosten ons handenvol geld; ze pikken onze huizen in, en de meeste asielzoekers zijn bovendien crimineel. (...) Ze horen hier niet thuis, want Nederland is vol. De meeste asielzoekers vluchten helemaal niet voor geweld in hun land. Ze komen hier naartoe omdat ze gehoord hebben dat het hier zo gemakkelijk is om een uitkering en een huis te hebben.' (blz. 53-54)Met zijn relaas over de bushaltejongen wil Daniëls de ongenuanceerde uitspraken van Slietners ontkrachten en een aanzet geven tot een gedachtenwisseling over de problematiek rond (de opvang van) asielzoekers. Functioneel daarbij is dat een alleswetende verteller inzicht biedt in de gedachtenwereld van alle personages.

Erna Sassen - Dit is geen dakboek(Leopold, 2009)‘Ze sprong voor de trein. Mijn moeder. En ik had voornamelijk medelijden met de schoonmakers van de NS die haar onder de locomotief vandaan moesten krabben.’ Aan het woord is de zestienjarige Boudewijn. Enkele jaren na het overlijden van zijn moeder wordt hij ziek. Zwaar depressief en totaal apathisch slijt hij zijn dagen voornamelijk in bed. Zijn vader geeft hem een schrift en een stapel cd’s met klassieke muziek. Hij stelt hem voor de keuze: ‘Je schrijft elke dag een stukje in dit schrift en je luistert dagelijks naar tenminste één van deze cd’s. Zo niet, dan laat ik je opnemen.’ Bou begint met forse tegenzin aan zijn ‘strafwerk’. Een dagboek mag het niet worden, maar uiteindelijk wordt het dat toch en het schrijven blijkt een uitlaatklep voor alle jarenlang opgekropte emoties en frustraties rond en over zijn geesteszieke moeder. Dolores (roepnaam Pluis), Boudewijns kleine zusje van zeven, lijkt de enige persoon met wie hij nog een band heeft. Bij haar voelt hij zich veilig in een wereld vol moslimextremisten en waarin hij opziet tegen het ouder worden. Bij Pluis mag hij zijn, zoals hij is. ’s Nachts sluipt hij de kamer van zijn zusje binnen. Hij legt zijn matras naast haar bed zodat hij haar hand vast kan houden en rustig wordt van haar ademhaling. Twee andere personen die een belangrijke rol spelen in Boudewijns leven zijn z’n oma en tante Marjan. De laatste is degene die na het wegvallen van hun moeder veel met Bou en Pluis optrekt en het huishouden voor een flink deel bestiert. Pauline, die Bou leert kennen op school – hij zit in het vijfde leerjaar van het gymnasium - , maakt een verpletterende indruk op hem. Hij voelt zich bij haar op zijn gemak, vooral ook omdat ze geen lastige vragen stelt. Hij durft zich echter niet aan haar te binden en ze schrikt hem af op het moment dat ze over seks begint. Na een behoorlijk kwetsende opmerking van zijn kant komt er een einde aan de omgang met Paulien. Achteraf heeft Bou veel spijt van zijn botte gedrag. Hij bespreekt de situatie met Pluis en die raadt hem aan het goed te maken. Bou schrijft in de kerstvakantie een briefje en wil Pauline dat de eerste schooldag aanbieden. Pauline blijkt echter afwezig. Boudewijn hoort van zijn mentor dat ze voor onderzoek is opgenomen in het ziekenhuis en hij vreest het ergste. Gedachtes aan leukemie spoken door zijn hoofd. Tot zijn ‘opluchting’ heeft Pauline een ernstige vorm van de ziekte van Pfeiffer.Boudewijn besluit op de vijfenveertigste geboortedag van zijn moeder een advertentie te plaatsen in de plaatselijke krant. Het is een rectificatie waarin hij in duidelijke taal verwoordt wat hem al die tijd bezighield: waarom stapte zijn moeder uit het leven en liet zij zo iedereen in de steek? Boudewijn heeft geen respect voor haar keuze. Hij vindt het een kutstreek.Ondertussen is er nog altijd geen contact geweest tussen Boudewijn en Pauline. Hij wil haar een kaart sturen, maar stelt het verzenden ervan steeds uit. Tot Pluis hem op een dag post. Niet lang daarna komt Paulines antwoord. In de briefwisseling die volgt, spreken Boudewijn en Pauline alles uit en komt het weer goed. Het verhaal eindigt op 25 april. Boudewijn en zijn vader zijn uiteindelijk nader tot elkaar gekomen. Boudewijn schrijft: ‘Het was eigenlijk niet eens zo’n slecht idee van mijn vader geen dagboek bijhouden. Morgen ga ik een nieuwe kopen.’Erna Sassen had niet de bedoeling een zelfhulpverhaal te schrijven, maar wilde dat de lezer zichzelf toch vooral herkende in de emoties en angsten van de hoofdpersoon. Ze had dit verhaal feitelijk bedoeld voor volwassenen, maar haar uitgever dacht daar anders over. Het verhaal bestrijkt enkele maanden uit het leven van de hoofdpersoon Boudewijn (ik-persoon). Het is geschreven in dagboekvorm. Alle hoofdstukken hebben als titel een datum die ligt tussen 7 februari en 25 april. De hoofdstukken eindigen geregeld met verwijzingen naar vooral de muziek van Pergolesi, een Italiaanse componist van religieuze muziek uit de achttiende eeuw wiens vertolking van het Stabat Mater veel bekendheid kreeg. Het is onder meer deze muziek waarnaar Boudewijn in opdracht van zijn vader luistert.Dit is geen dagboek gaat over meer dan het omgaan met de dood en het worstelen met depressieve gedachten en gevoelens. Het gaat toch vooral ook over de groei naar volwassenheid. Het verhaal is ontroerend, meeslepend en dicht op de huid geschreven voor jong volwassenen.



Eenboekjeopen.nl

over jeugdliteratuur